Hoewel de poorten van de hel voor ons iets vroeger werden geopend, bleek de timing van die early build toch wat te strak om Diablo IV al naar waarde te schatten. Met verloren progressie en bijgevolg een volledig nieuw personage stonden we dus samen met jullie te drummen om opnieuw de wijde wereld van Sanctuary in te trekken. Hoe dat gegaan is, vraag je? Welja, het was een hele opgave om de controller neer te leggen om deze review te typen. De verslavende gameplayloop waar deze franchise zijn hele reputatie op heeft gebouwd, heeft ons immers weer helemaal in een demonische greep. Het is een geweldige manier om uren en uren te verliezen.
Uren die je als 4Gamers-redacteur met groot gezin en dus een hoop andere verplichtingen niet altijd meer in overvloed op overschot hebt, dus ’t is misschien handig om weten dat we op moment van schrijven nog niet te diep in de endgame-content zijn gedoken. Diablo IV is dus nog lang niet klaar met ons en biedt nog voldoende inhoud om nog wekenlang gulzig al onze vrije tijd op te slokken. Het is dus vooral de niet minder dan fantastische weg ernaartoe – eerst in de vroege early build en nu in de definitieve versie die jij en wij spelen – die de score bepaalt die we op deze vierde Diablo plakken.

Diablo IV is een enorme game. Eentje die zich – uiteraard! – vasthoudt aan de tijdloze formule die het origineel meer dan twee decennia geleden introduceerde en het is nog net zo lonend en tijdrovend als het ooit is geweest. Als je jezelf wilt laten wegzinken in een grimmige sfeer, spreuken en aanvallen wilt ontketenen op hele hordes vijanden van de hel, stapels impactvolle buit wilt verzamelen en ondertussen je personage steeds krachtiger wilt maken, zal Diablo IV dat duivelse verlangen moeiteloos vervullen.
Veel verhaal heeft een gemiddelde Diablo normaal niet nodig. De enige hoop op redding is vaak een speler die meer bezig is met het verzamelen van betere uitrusting en het verdienen van ervaringspunten dan welke nobele missie dan ook. Toch is het verhaal hier het sterkste van de ganse serie, verteld door middel van sublieme cutscenes van het allerhoogste niveau, iets minder indrukwekkende in-game scènes en goed geschreven en ingesproken dialogen. De belangrijkste plotpunten gaan we uiteraard niet verklappen, maar zo’n vijftig jaar na de gebeurtenissen uit de Reaper of Souls-uitbreiding van Diablo III verandert Sanctuary weer in een donkere, hopeloze plek wanneer die opnieuw verstrikt raakt in de eeuwige strijd tussen engelen en demonen omdat Lilith, de dochter van Mephisto, terugkeert.
In dit nieuwe tijdperk van duisternis en ellende krijgt je personage een sleutelrol toebedeeld. Zes acts lang zit je Lilith op de hielen en ontdek je hoe de invloed van de demon Lilith de mensheid corrumpeert, terwijl je ook langzaam de mysteries over haar oorsprong en plannen ontrafelt. Dus ja, het plezier van Diablo IV schuilt nog steeds in de eindeloze grind en het verzamelen van betere uitrusting totdat je de perfecte build hebt voor je personage, maar de campagne is interessant om te volgen en voelt ditmaal zeker niet als een onnodige last op de weg daar naartoe.

Je hebt de keuze uit vijf verschillende personageklassen – Barbarian, Rogue, Sorcerer, Necromancer en Druid – die ongeveer zo klassiek zijn als je ze kunt krijgen. Hoewel we enkelen ervan kort geprobeerd hebben tijdens de early build, kozen wij voor onze eerste volledige playthrough toch voor een forse en logge druïde die we met een beperkte character creator een persoonlijk tintje gaven. Onze krachtpatser transformeert onder meer tot een grizzlybeer en we specialiseerden hem in enkele weerspreuken zoals een tornado om de duizenden vijanden die ons pad kruisen over de kling te jagen.
De opties die de game biedt om een personage te bouwen en aan te passen zijn ook diep en uitgebreid, met een skill tree die even complex als benaderbaar is. Een verademing na het gebrek aan keuzevrijheid in Diablo III. Het goede is dat je vrij bent om te experimenteren met de bijna overweldigende opties die je krijgt om je build aan te passen, omdat je op elk moment je skill tree kan herschikken in ruil voor in-game valuta. Gek doen met builds en proberen om er een te vinden die bij je past, is één van de grote geneugten van Diablo IV. En het hele systeem wordt nog dieper en meer aanpasbaar tijdens het eindspel wanneer je echt de statistieken van je build optimaliseert. Natuurlijk dropt elke vijand ook weer genoeg loot, terwijl de kisten die over de map zijn verspreid een eindeloze voorraad nieuwe wapens en bepantsering bevatten. Hoe meer je doodt, hoe meer het loont en we hoeven je niet nog een keer uit te leggen hoe duivels verslavend dat werkt.

Bovenal heeft Diablo’s weinig revolutionaire gameplayloop er nog nooit zo goed uitgezien of zo ontzettend lekker gespeeld. De gevechten lijken weer wat langzamer, naar een meer tactische stijl waarbij positionering altijd het belangrijkste is en dat je de tegenstand nu kan ontwijken (al zit die move ook achter een korte cooldown) verandert de aanpak ook een beetje. De fans die mopperden over het te heldere kleurenpalet en de cartoonachtige visuals in Diablo III hebben hier weinig reden tot klagen. Diablo IV keert immers terug naar de donkere sfeer, met somber en grimmig als belangrijkste stijlmotieven. Het schetst een geloofwaardige wereld op de rand van onheil en alles wordt weergegeven met een ongelooflijk oog voor detail. Diablo IV is een zeer gepolijste game vanuit een visueel perspectief – de belichting is gewoonweg fantastisch! – en buiten een sporadische korte framedip was de performance op Xbox Series X altijd strak. Tel daar nog een uitzonderlijk geluidsontwerp en een mooie muzikale score bij op en je hebt een game die alle checkboxes aanvinkt. Bovendien verliep de lancering nagenoeg vlekkeloos en zonder ernstige incidenten en was het geen fiasco zoals bij Diablo III. Ook het online aspect werkt naar behoren en ook als we andere spelers ontmoeten blijft de game vlot draaien.
Nochtans niet zo evident, want de wereld is in Diablo IV niet langer verdeeld in afgebakende gebieden zoals in de voorgaande games, maar heeft één uitgestrekte en vrij te verkennen omgeving met meer verticaliteit dan je van een Diablo-game gewend bent. Dankzij level scaling waardoor vijanden automatisch jouw level hebben, kun je in principe overal naartoe en altijd getrakteerd worden op een uitdaging op maat. Tegelijkertijd ondermijnt het wel een beetje het progressiegevoel waardoor we ons niet enorm krachtiger voelen dan toen we begonnen. De spelwereld is gigantisch en zit tjokvol met optionele content (een weelde aan zijmissies en kerkers, met als nadeel dat de indeling vaak gelijkaardig is, of samen met andere spelers strijden in allerlei openbare events) waardoor je urenlang zoet kunt zijn zonder ook maar één hoofdmissie aan te pakken. Gelukkig voorkomen fast travel-punten en verderop in de game een paard dat het geen karwei is om deze immense wereld te doorkruisen. Elk van de vijf gebieden die het speelbare terrein vormen is bovendien erg mooi ontworpen en erg gedetailleerd, maar dat heeft de game natuurlijk volledig te danken aan de indrukwekkende grafische engine die Diablo IV aanstuurt.

Zelfs zonder diep in de endgame te komen heeft Diablo IV ons geen moment verveeld en staan we volledig achter het mooie cijfer dat onderaan deze tekst prijkt. We hebben al tientallen uren gespeeld, maar deze game is zo gebouwd om daar nog een veelvoud aan toe te voegen. We staan te popelen om aan alle extra endgame activiteiten te beginnen (van Capstone & Nightmare Dungeons tot World Bosses) om nog betere loot te scoren. Blizzard belooft bovendien toekomstige seizoenen vol nieuwe uitdagingen, ook al zijn we geen fan van full-priced games die een Battle Pass pushen. En hoewel er nog steeds een in-game winkel is met (prijzige) cosmetische items, zijn we op dit moment gelukkig nog ver verwijderd van de onzin die Diablo III in zijn begindagen ontsierde. Enfin, dat gezegd hebbende zijn we weer klaar om de controller, die we met lichte tegenzin aan de kant hadden gelegd voor deze review, weer op te pikken. Onze loothonger is namelijk nog lang niet gestild.








