Het leven op de boerderij wordt in games doorgaans voorgesteld als de ideale remedie tegen onze dagelijkse stress. Een paar zaadjes planten, de kippen eten geven en ’s avonds nog snel een hengel uitgooien voordat we tevreden ons bed induiken. Farming Camp gooit het over een iets andere boeg. Hier trekken we niet naar het platteland om rustig ons eigen boerderijtje uit te bouwen, maar belanden we als tiener op een zomerkamp waar iedereen maar één doel heeft: de beste boer worden. Want blijkbaar moet zelfs een ontspannende zomervakantie tegenwoordig een klassement hebben.
Vier weken op kamp
We spelen als Alessandra, een tiener die haar zomer doorbrengt in Evertree Farming Camp. Daar hoopt ze uiteindelijk de felbegeerde titel van Evertree Farmer te verdienen. Samen met andere jongeren krijgt ze vier weken de tijd om te bewijzen wat ze waard is. Dat betekent gewassen verzorgen, dieren eten geven, vissen, klusjes uitvoeren, lessen volgen en ondertussen proberen om ook nog wat vrienden te maken.
Wie op basis van de naam een traditionele farming sim verwacht waarin je langzaam een eigen boerderij uitbouwt, zal dus even moeten schakelen. Farming Camp is veel meer een verhalende timemanagement-game waarin landbouw de rode draad vormt. Iedere dag is opgedeeld in verschillende tijdsblokken en je moet voortdurend beslissen waaraan je die wilt besteden. Je krijgt wekelijkse opdrachten die bepaalde activiteiten vereisen, terwijl gesprekken met andere kampeerders en leraren dezelfde kostbare tijd opslokken.
In het begin werkt dat best goed. Je kunt onmogelijk alles doen en dus moet je keuzes maken. Alleen botst dat systeem na verloop van tijd met wat Farming Camp daarnaast probeert te bereiken. Wie netjes de wekelijkse doelstellingen wil halen, moet geregeld gesprekken of activiteiten links laten liggen. Daardoor mis je net de momenten die de personages en het verhaal meer diepgang hadden kunnen geven.
Werken in hapklare brokken
De verschillende werkzaamheden worden voorgesteld als kleine minigames. De ene keer ben je planten water aan het geven, even later melk je een koe, hak je hout, vang je vissen, kook je een maaltijd of probeer je zo snel mogelijk ongedierte te verwijderen. Het zijn eenvoudige bezigheden, maar ze passen uitstekend bij een game die je vooral in korte sessies speelt.
Farming Camp is op zijn best wanneer het voortdurend tussen die activiteiten wisselt. Regelmatig worden nieuwe minigames geïntroduceerd. Sommige daarvan verschijnen helaas zo laat dat je ze nauwelijks kunt spelen voordat het avontuur alweer afgelopen is.
Na enkele uren begint ook de herhaling toe te slaan. Een koe voor de vijfde keer borstelen blijft vreemd genoeg best bevredigend, maar niet iedere activiteit houdt even goed stand. Daar komt bij dat je door de wekelijkse opdrachten niet altijd vrij kunt kiezen waar je zin in hebt. Dat is vreemd voor een game die zichzelf nadrukkelijk als cosy presenteert. Soms wil je gewoon wat vissen of met iemand praten, terwijl Farming Camp met zijn denkbeeldige klembord staat te zwaaien omdat er nog werk gedaan moet worden.
Vrienden maken kost tijd
De andere kampeerders geven het geheel gelukkig wat persoonlijkheid. Iedereen heeft een eigen karakter en gedurende de vier weken ontstaan vriendschappen, conflicten en de nodige tienerdrama’s. Vooral wanneer Farming Camp wat gas terugneemt en Alessandra gewoon tijd laat doorbrengen met de anderen, komt het zomerkampgevoel goed naar voren.
Het probleem is dat het verhaal daarvoor niet genoeg ruimte krijgt. Sommige personages blijven oppervlakkig en motivaties worden niet altijd voldoende uitgewerkt. Ook het belang van de Evertree Farmer had wat meer achtergrond mogen krijgen. De game vertelt je dat die titel bijzonder is en dat Alessandra hem graag wil, maar slaagt er minder goed in om ervoor te zorgen dat je hem zelf even belangrijk vindt.
De dialogen helpen daar niet altijd bij. Farming Camp mikt duidelijk op een warme coming-of-age-sfeer, maar sommige ruzies en beledigingen tussen de tieners zijn opvallend bits. Tieners die elkaar het leven zuur maken zijn uiteraard geen sciencefiction, maar de toon staat soms haaks op de gezellige ervaring die de rest van de game probeert neer te zetten.
Technische foutjes
Ook technisch zitten er nog wat ruwe randjes aan. De game draait op PS5 zonder noemenswaardige prestatieproblemen, maar de interactie met voorwerpen werkt niet altijd zoals verwacht. Hooi oprapen kan onnodig moeilijk doen, in de keuken selecteer je soms het verkeerde ingrediënt en ook vissen worden niet altijd correct geregistreerd. Geen van die problemen is op zichzelf rampzalig. Het vervelende is vooral dat Farming Camp rond tijd en doelstellingen is gebouwd. Wanneer een vis niet meetelt terwijl je nog een bepaalde score moet behalen, wordt een klein foutje plots een stuk irritanter.
Visueel kiest Farming Camp voor een eenvoudige handgetekende 2D-stijl die goed bij de luchtige sfeer past. Verwacht geen technisch spektakel, maar de kleurrijke personages en omgeving doen wat ze moeten doen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de hele presentatie: aangenaam, charmant, maar nergens bijzonder memorabel.









